Google Analytics Alternative Column Arie Cupé: In het huis van Madam

Column Arie Cupé: In het huis van Madam

In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma van Oklahoma tot Anatevka en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de préséance gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.

In 1980 had je maar twee opleidingen voor theater: De Toneelschool en de Akademie voor Kleinkunst. In die tijd schreven ze daar ‘Akademie’ ,dus heel modern met een ‘k’. Omdat ik in musicals wilde werken deed ik auditie voor die laatste opleiding. Ik wist dat ik kon zingen. De auditie ging heel goed. Toch kreeg ik een brief waarin stond dat ik was afgewezen: ‘Te ver en niet meer te vormen’. Nou, lekker dan. Het was een grote slag. Ik begreep het helemaal niet. Ik was helemaal niet ‘te ver’ of ‘niet meer te vormen’, maar juist helemaal klaar voor alle lessen, zang, spel, dans! Ik kon nog niks. Dat wist ik. Ik wilde alles leren. Maar goed, dat ging dus niet door. 

Na zo’n afwijzing kan het twee kanten opslaan: Je wordt zó onzeker dat je maar een ander vak kiest, óf je wordt er heel strijdbaar van: ‘Nou, dan doe ik het wel op een andere manier, maar ik kóm op dat toneel!’ Dus ik nam privélessen. Zangles bij Ans Goudsmit, de vrouw van Lex, en taplessen bij Ken Montnoir. Iemand die spellessen gaf kon ik nog niet vinden, maar dat zou een paar jaar later volgen. Om die zang- en taplessen te betalen wilde ik natuurlijk werken. Maar waar en als wat? En toen las ik in de krant een advertentie van producent John de Crane: Voor de komende, nieuwe musical van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink ‘Madam’ zocht hij een jonge inspiciënt. Ik had helemaal géén idee wat een inspiciënt was, maar meldde me meteen aan. Iets van Annie Schmidt! Ik mocht komen. 

De Crane had zijn kantoor op de Prinsengracht nr 14, op de hoek Prinsengracht en de Noordermarkt. Ik had met John de Crane persoonlijk een gesprek. Hij vroeg of ik wel es meer inspiciënten-werk had gedaan. Toen ik hem eerlijk vertelde dat ik geen idéé had van wat het inhield, was ik metéén aangenomen. Hij moest erg lachen. Dus ik kreeg ineens een contract bij één van de belangrijkste producenten van die tijd. Ik stond dan wel niet óp het toneel, maar ik ging ‘iets’ doen bij de nieuwe musical van Annie MG Schmidt en Harry Bannink! Met Conny Stuart en Trudy Labij! En die beroemde choreograaf/regisseur Paddy Stone! Helemaal te gek! 

Op maandag 20 oktober 1980 zou het feest gaan beginnen: De lezing. In theater de Meervaart zaten alle acteurs en alle mensen ‘van achter de schermen’ rond een tafel en aan het hoofd zat Annie M.G. Schmidt. Zij las het hele script aan ons voor. Zo van: ‘Madam: Hiernaast? Wat doen ze daar?’ Marcelle: ‘Ze houden d’r vast geloof ik’ en zo het hele script door. Toen ik later zelf in mijn eerste musical mocht spelen ging ik lekker achterover zitten om te gaan luisteren naar de schrijver die het wel zou gaan voorlezen. Toen bleek ineens dat Annie dat wel deed, maar dat het verder zeer ongebruikelijk was. Iedere acteur leest zijn eigen rol hardop voor. Ik schrok me dood. Maar goed, bij ‘Madam’ was dat dus niet het geval. Niemand onderbrak Annie, uiteraard. Hoewel. Er kwam een scène in voor, waarin Madam bij een bemiddelingsbureau voor een televisie zit en daar videobeelden ziet van mogelijke toekomstige partners. Als ze er een man met een pijp in zijn mond op het scherm verschijnt, was de tekst van Madam: ‘Hij rookt een pijp, leuk. Ik hou van pijpen’. Toen Annie dat voorlas, zei Conny Stuart ineens: “Dat zeg ik dus niet’. Dat was de enige onderbreking. Het was even dodelijk stil en toen las Annie verder. 

Die zin is later inderdaad veranderd in: ‘Ik hou van een man die een pijp rookt’. Wát een ervaring, die lezing! Als jongetje van 18. Daarna ging het gezelschap repeteren. Voor mij was er nog niets te doen en daarom moest ik gaan helpen bij een lopend toneelstuk van Annie: ‘De traan op de tompoes’. Daar speelden ze op dat moment zo’n beetje de laatste voorstellingen van. Trudy Labij speelde ook in dit toneelstuk, dus ik zag ook voor het eerst wat ‘dubbelen’ bij het toneel inhoudt: ’s Avonds het ene stuk spelen terwijl je ’s middags een nieuw stuk repeteert. En ik merkte ook wat een inspiciënt zoal doet: Stukken decor sjouwen, tillen, een piano vervoeren, enfin een hele zware fysieke kant van het theater. Techniek! Nou, dat kón ik helemaal niet! Ik vertelde dat thuis mijn ouders, maar mijn vader zei dat ik een contract had en het wel zal moeten doen. Ik werd er helemaal zenuwachtig van. ‘Wat heeft die meneer de Crane er nou aan als ie iemand in dienst heeft die het hélémáál niet kan?’, zei ik. En dus ging ik naar het kantoor van John de Crane en legde hem de zaak voor. Hij begreep het meteen. ‘Dan verscheuren we het contract toch gewoon’, zei hij. Maar ik was gelukkig wel zo brutaal om hem te zeggen: ‘Ik wil later zelf graag aan het toneel, en ze kennen me hier nu allemaal, dus zou ik de repetities mogen blijven bijwonen?’ Dat mocht.

Column  Arie

En wat héb ik veel geleerd om zes weken lang naar, onder anderen, Conny Stuart en Trudy Labij te mogen kijken. Zien op welke manier ze werkten. Hoe een woord, wáár een pauze etc etc. En om Paddy Stone in de weer te zien! Hij was een geweldige choreograaf, een Canadees die vaak met Julie Andrews werkte. Dat was wat! Hij was door John de Crane voor het eerst naar Nederland gehaald voor de laatste theatershow van Wim Sonneveld, met Willem Nijholt en Corrie van Gorp. En daarna deed hij de musicals ‘En nu naar bed’, ‘Wat een planeet’, ‘Foxtrot’, allemaal van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. En nu dus in 1980 ‘Madam’. Ik keek mijn ogen uit! Ik denk dat ik dat allemaal nooit op de Akademie voor Kleinkunst had kunnen leren. Niet dat het toen een slechte school was, helemaal niet. Er zijn geweldige mensen vandaan gekomen, zoals Karin Bloemen. Maar voor mij was de opleiding daar dus niet weggelegd.

Het zal allemaal wel een reden hebben gehad. Ik geloof daar heel sterk in. Wat zeker is, is dat als ik wél aangenomen zou zijn, ik dus nooit mijn helden van ‘Madam’ had kunnen zien repeteren. In de praktijk. En dat was een stoomcursus van zes weken, door alleen maar stil in een hoekie te kijken en te luisteren.
Een werkelijk onbetaalbare ervaring! Dank U wel, meneer de Crane!

Column Arie 2