In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma 'Van Oklahoma tot Anatevka' en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de préséance gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.

Radio. Als kind was ik er altijd al gek op. En dan niet alleen omdat er liedjes op werden gedraaid, ik was vooral gek op hoorspelen. En toen ik zo jong was, had je nog volop hoorspelen. Ik lag ook altijd ’s avonds in bed met de transistor tegen mijn oor. ‘Luister en huiver’ was zo’n hoorspel- serie waar ik naar luisterde. Enge verhalen, verteld door ‘de man in het zwart’, met griezelige titels als ‘Roep geen geesten op!’. Een half uurtje trillen voor ik ging slapen. Vond ik fijn. Maar ik genoot ook van muzikale hoorspelen als het beroemde ‘Klatergoud’ met onder anderen Tonny Huurdeman, Jenny Arean en Leen Jongewaard. Het was geschreven door Jelle de Vries, die ook ‘Lief zijn voor de buren’ schreef, ook zo’n hoorspel met liedjes, waarin weer Tonny en Jenny van zich lieten horen, maar ook Jeroen Krabbé, Pleuni Touw en Frits Lambrechts. Ik heb nog cassettebandjes met afleveringen, want ik vond het natuurlijk gewéldig allemaal.

Jenny en Frits speelden een jong stel dat inwoonde bij zijn moeder, Tonny Huurdeman. In een aflevering hadden de tortelduifjes verschrikkelijke ruzie. Ze maakten het weer een soort van goed, en dan kreeg je een scène als: Zij: ‘wat eten we?’ Hij: ‘Aardappels’. Zij: ’Hoe is ’t mogelijk’. Hij: ‘Wil je een sigaret?’ Zij: ‘Ja, doe maar’. Hij: ‘Vuurtje?’ Zij; ‘Ja, anders vreet ik ‘m wel op’. Díe sfeer, héél erg leuk. En Jelle de Vries schreef geweldige liedjes, zowel tekst als muziek. Kortom ik genóót van de radio en het hoorspel.

Natuurlijk probeerde ik zelf, toen ik 15 was, ook een hoorspel te schrijven: ‘Een vergissing is menselijk’. Over een moord op een huishoudster van een bekende schrijver. Die man had voor zijn verjaardag een fles whisky gekregen. ‘Iemand’ wilde de schrijver vermoorden en had gif in de whiskyfles gedaan. Maar vóór de schrijver er een glas van zou nemen, had zijn huishoudster al ongezien een slok uit de fles genomen. Een stiekeme drinkster. Huishoudster dood. Per vergissing dus. Niet zo’n uniek plot. Afijn, een jeugdzonde. Ik wílde een hoorspel schrijven! Mijn ouders, mijn broer, mijn zwager, vriendinnen van school, ze moesten allemaal meedoen. Ik nam hun stemmen afzonderlijk op en plakte alle scènes later aan elkaar. Een heel gedoe maar dat lukte. Ik stuurde een kopietje van de cassette doodleuk op naar de VARA, afdeling hoorspelen. Het was natuurlijk helemaal niet goed geschreven en werd uiteraard niet in productie genomen. Maar hoorspel-regisseur Ad Löbler nodigde me wel uit om een keer een hoorspel-opname in de studio bij te wonen.

Mijn treinreis naar Hilversum was eigenlijk een reis naar Walt Disney-land. Ik vond het geweldig!! En heel erg aardig van Ad Löbler, die in mij natuurlijk een grote bewonderaar van ‘het hoorspel’ herkende. In diezelfde tijd hadden Letty Kosterman en Herman Stok een zaterdagochtend-programma: ZO. Dat begon, geloof ik, al om een uur of zeven. Heel vroeg dus. Het eerste uur kon je ze bellen met een verhaal. Nou, ik bellen natuurlijk. Vriendelijk gesprekje over mijn plannen om ‘later’ naar de Kleinkunstacademie te gaan. Letty vroeg me iets te zingen en ik deed a capella een stukje van ‘De Minutenwals’, uit het repertoire van Jasperina de Jong. Letty vroeg me ook of ik een instrument bespeelde. Dat deed ik niet, ‘maar denk aan gitaar’, riep ik. Toen zei ze; ‘Als jij je nou jezelf een béétje kunt begeleiden op de gitaar, mag je hier een keer een liedje komen zingen. Dan mag je ons bellen’. Herman Stok haastte zich om er snel ‘Hij heeft nog járen de tijd, hoor’ achteraan te roepen, haha. Hij had gelijk. Want ineens hadden ze een zeer gretig jongetje aan de lijn! Ik heb trouwens nooit een instrument leren bespelen. Dus dat ging niet door.

De eerste keer dat ik écht op de radio kwam optreden, was in het programma ‘Kom ‘ns langs in des Indes’, gepresenteerd door Karel Prior, 3 mei 1983. Lex Goudsmit stond centraal en had Jenny Arean, Hans Boskamp en mij uitgenodigd om te komen zingen. Ik was bij Lex opgevallen, als leerling van zijn vrouw Ans, die mij zangles gaf. Nou, dat was natuurlijk heel erg leuk om te doen. Zingen bij de combo van Tony Nolte! Een magische naam omdat hij de orkestleider was geweest bij ‘Eén van de acht’, van Mies Bouwman!

Daarna ben ik nog heel vaak in radioprogramma’s te gast geweest. Er waren in de jaren ’80 en ’90 nog veel orkesten op de radio. Presentator Jan Kok vroeg me geregeld te zingen in zijn programma’s. Jan had de ene keer een orkest als The Michael Mill Compagny en een andere keer bijvoorbeeld een combo van een beginnende Cor Bakker. En wat ik ook gewéldig vond was een het opnemen van 13 medleys met het Metropole Orkest onder leiding van de legendarische Rogier van Otterloo! Dat was in 1984 voor het programma ‘Voor wie in het Nederlands wil zingen’. Die medleys zongen we met z’n vieren: Simone Kleinsma, Maeve van der Steen, Wim Hogenkamp en ik. De repetities, de opnames, ik vond het allemaal geweldig! En heel erg leerzaam uiteraard. Mooie tijd.

Het programma ‘Het podium van de Nederlandse lichte muziek’ van Jacques Klöters was ook zo’n fijn programma: Een hoofdgast, een dichter, een jonge gast, combo Cor Bakker. Top! Ik mocht in twee programma’s komen zingen. De opname daarvan was beide keren in ‘De Boerderij’ in Huizen. Zo’n gezellige sfeer van radio met live optredens: Kabels, microfoons, instrumenten, stukken scripts, muzikanten, beetje zenuwachtige spanning, kortom: Radio! De radio waar ik dus als jongeling van droomde.

Maar helaas, omdat de omroepen niet meer een eigen huisorkest hebben, zijn die programma’s er niet meer. Ze zijn te duur. Niet te geloven. Zoals ik het ook een schánde vind, dat ze bij het Eurovisie Songfestival met banden werken en niet met een groot live orkest, met een dirigent van het deelnemende land ervóór. Dat was toch allemaal veel mooier? Bij een liedjeswedstrijd! Geen orkest!!! Het is toch te gek voor woorden!  En laten we eerlijk zijn: Dáár is heus geld! Heel veel! Het wordt alleen niet uitgegeven aan een live orkest. Onbegrijpelijk.

Maar goed, waar waren wij? Oh ja, de radio! Ja, daar zijn de orkesten dus ook niet meer. Heel erg jammer. Ik ben heel dankbaar dat ik dat allemaal nog wèl heb mogen meemaken. Ik klink nu alsof ik uit de tijd van Metusalem ben, maar goed, het is wáár. Alleen een hoorspel. Daar heb ik nou nog nooit ingezeten. Want hoorspelen verdwenen al begin jaren ’80 al uit de ether. Dus daar wandelde ik nét iets te laat het vak voor binnen. Ik hoor wel geluiden dat men van plan is om het hoorspel weer terug te brengen op de radio. Of via internet. Of via weet-ik-veel! Lijkt me goed plan. Als het hoorspel maar terugkomt. Mijn oude liefde! En dan wil ik erin! Al moet ik een luciferdoosje spelen!

Een hoorspel! Oude liefde roest blijkbaar écht niet!

 

 

 

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information