Columns Arie Cupé: PRETTIGE FEESTDAGEN!

In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma 'Van Oklahoma tot Anatevka' en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de présence gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.

Toen ik een klein jongetje was hadden mijn ouders een café. Zo tussen mijn zesde en twaalfde jaar, 1968-1974. In die periode speelden de heerlijkheden van Sinterklaas, Kerstmis en Oudejaarsavond zich dus in die sfeer af. Het café was gewoon altijd open, behalve op Ouwejaar ná 20.00 uur. Dan moest de kroeg dicht. Dat moest. Wettelijk. Anders zouden ze ook nog open zijn gegaan, dat weet ik zeker. 

In november kreeg ik al verhoging vanwege de intocht van de Goedheiligman. Het café stond aan de Haarlemmerweg, recht tegenover het Westergasfabriek, waar men nu vaak kan genieten van veel culturele projecten, terrassen etc. Toen wij aan de overkant ons café hadden staan was het natuurlijk gewoon nog een échte gasfabriek. Met een hefboom. Daar mocht je niet komen! Verboden gebied! Nou wist mijn vader toevallig dat men op dat gasfabriekterrein de praalwagens maakten, die meereden bij de intocht van Sinterklaas. En héél vroeg in de morgen verlieten die wagens het terrein op weg naar de optocht, ergens achter het Centraal Station. En ik was dus het ENIGE kind die ál die praalwagens zag, vóór ze door alle andere kinderen te zien zouden zijn.

sinterklaas02
Ik zat dus met mijn vader al heel vroeg te wachten op de wagens die over het bruggetje de Haarlemmerweg op zweefden. Voor mij was dat een Walt Disney-moment! Daar zijn ze! Fototoestel bij de hand. Ik was toen al bezig met foto’s nemen. Altijd eigenlijk. Vond ik leuk. En wat was het koud in die tijd!

Omdat mijn ouders werkten ging ik altijd met mijn broer en Tante Fie naar de intocht. Tante Fie was geen familie, maar ze was tóch tante Fie voor ons. Ik had altijd een soort grijze bivakmuts op, waarvan alleen het gebied van de ogen, neus en mond vrij was, en dan gingen wij naar het Damrak om Sinterklaas en zijn pieten toe te juichen. En dán die praalwagens te zien! Die ik natuurlijk alláng, úúúúúúren daarvóór al had gezien! En ik zei dat links en rechts ook, zo klein als ik was: ‘Ja, ik zag ze vanmorgen al, mooi zijn ze hè, dan komt er straks één met poezen en honden, kijk maar’. Die andere kinderen begrepen niets van mijn voorkennis en ik liet ze ook in nevelen van onbegrijpelijkheid.

Maar al na het tweede jaar, ik was toen dus zeven, kwamen wij thuis en zagen op televisie Sinterklaas in de armen van Mies Bouwman vallen. Ergens vér weg van Amsterdam. Dat klopte niet. Hij was net nog hier op de Dam en nu daar??? Mijn geloof explodeerde. Maar dat was geen drama. Mijn ouders hebben het me uitgelegd, omdat ze waarschijnlijk dachten dat het anders toch geen zin had. Ik vond ook dát weer leuk: Ik was het énige kind in Nederland die wíst dat het gewoon een toneelstukje is!

sinterklaas01

Het volgende jaar besloot ik dan ook zélf voor Sinterklaas te spelen. In het café. Ik had niemand iets verteld. Ik wist dat er op zolder méters rood fluweel lag. Dat was om de gordijntjes in het café te kunnen vervangen, mocht er een brandgaatje in gekomen zijn. Want er werd uiteraard nog gerookt in cafés. Ik ging op een dag naar zolder. Knipte een hele mantel van dat mooie fluweel. Ik had de nietmachine van mijn vader meegenomen om een zoom te ‘nieten’. Een witte nachtjapon van mijn zuster eronder. Een mijter had ik geknipt van rood karton, ook weer met die nietmachine netjes gemaakt. Kruis erop gezet. En een bezem met een kartonnen krul kon best voor staf doorgaan. Mijn gezichtje had ik helemaal met plaksel uit een potje ingesmeerd en daar toen allemaal witte watten op geplakt, zó de baard was ook klaar. En toen liep ik naar beneden, klein stukje over straat en dan entree maken door de deur van het café: ‘Ach, wat een leuk klein Sinterklaassie, Bep!’, riep men naar mijn moeder. Mijn moeder dacht aan het dure fluweel waarvan deze mantel geknipt moest zijn. Maar ik had geweldige ouders die daar de humor en de creativiteit van in zagen.

En zo bleef ik een tijdje zitten en toen ik er genoeg van had ging ik weet naar zolder en deed alles weer af en uit. Dat plaksel heeft nog wel een paar dagen een rood huidje opgeleverd. Maar het was gelukt: Acht jaar oud en voor Sinterklaas spelen. Toch theater: Iemand anders spelen dan je zelf bent.

Kerstmis was ook een groot feest, want dan mochten alle kinderen met m’n vader de hele kroeg aankleden met sterren, een kerstboom, slingers, sneeuw uit een spuitbus en op ieder tafeltje een miniatuur-kerstman op een miniatuur-slee waarin rode kersenbonbons zaten. Een féést op zich om te doen! Ook theater: Een goed decor voor de juiste sfeer maken! Wij, de kinderen dus, hebben dit ritueel ook een keer op een ochtend in juni gedaan. Toen onze ouders naar beneden kwamen om het café te openen troffen ze de kroeg aan in kerstsfeer terwijl buiten de mussen dood uit de bomen vielen omdat het 30 graden was met een lekker zonnetje. Maar, zoals ik al zei, ze hadden humor dus het was ons vergeven en we hebben toen twee dagen kerst gevierd in juni!

sinterklaas03

Zoals gezegd mocht op Oudejaarsavond een café in Amsterdam tot 20.00 uur open zijn, maar moest daarna dicht. Maar ja. Er kwamen bij ons in het café een aantal mannen die eigenlijk geen thuis hadden. Tenminste, ze waren nooit thuis. Ze wóónden bijna bij ons in het café. Mannen die alleen woonden en dagelijks langskwamen. Mijn ouders nodigden díe mannen dan altijd uit om ná 20.00 bij ons thuis, bóven het café, Oudejaarsavond te vieren. Ze vonden het niet kúnnen dat iemand helemaal alléén zou zitten op die avond, tenminste als ze dat zelf niet zouden willen. Vandaar.

Ik ben altijd bang geweest van vuurwerk. Ik vond het wel leuk om naar te kijken, maar niet op straat, lekker vanuit onze bovenwoning. Ik was dus geen kind dat om vuurwerk zeurde. Om 00.00 uur, na het ‘gelukkig nieuwjaar-kussen’, had mijn vader wel een enorme zeehengel met in de oogjes, waar normaal het vissnoer door liep, nu sterretjes. Die sterretjes stak hij aan en hield de hengel uit het raam en deed mij geloven dat ik ‘meehielp’ aan het tillen van de hengel. En zo ging ik dan toch nog stoer het nieuwe jaar in! En ook dit was toch een beetje theater: Want: Wat is theater zonder goed licht?!

Wat is theater überhaupt zonder rollen, decor en licht? Hélémáál niks!

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information