Column Arie Cupé, Schatplichtig

In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma 'Van Oklahoma tot Anatevka' en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de présence gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.

Het moet in de lente van 1975 geweest zijn. Ik zat in de zesde klas van de lagere school. Dat heet nu anders natuurlijk, groep acht, geloof ik.Omdat ik toen al wist dat ik ‘later’ het toneel op wilde, in musicals en in liedjesprogramma’s, wilde ik naar de Akademie voor Kleinkunst, gelegen aan de Lindengracht. Dus belde ik de school op om te vragen wat je vooropleiding moest zijn voor deze Akademie. Een vriendelijke mevrouw vertelde me dat je tenminste HAVO moest hebben. Dat was zinnige info.Toen ik aan het einde van mijn schooljaar via de Cito-toets het advies kreeg om naar het Atheneum te gaan, moesten mijn ouders op school komen, want ik had gezegd dat ik dat helemaal niet ging doen. Ik ging naar de HAVO! De onderwijzer vertelde mijn ouders dat ik toch echt naar het Atheneum moest, of tenminste naar het Lyceum. Maar mijn ouders legden rustig uit dat hun zoon een heel vastomlijnd plan had: ‘Eerst naar de HAVO en dan naar de Akademie voor Kleinkunst. Met de HAVO is hij eerder klaar zodat hij zo gauw mogelijk op ‘De Kleinkunst’ zal zitten’. De meester bromde nog iets over ‘zonde’ en ‘onverstandig’, maar mijn moeder schijnt het gesprek te hebben afgekapt met ‘Meneer, hoeveel kinderen heeft U in de klas zitten die precies weten wat ze willen? Zo’n hele lijn hebben uitgestippeld? Arie gaat naar de HAVO, punt!’ Dus dat gebeurde. 

Die Akademie voor Kleinkunst was ook de enige reden waarom ik zo mijn best deed op die HAVO. Ik vond het vreselijk, maar dat lichtpuntje aan het einde van die HAVO-tunnel gaf me de kracht om hard te werken. Lichtpuntje? Een spotlight! En in 1980 slaagde ik. Meldde me aan bij de Akademie voor Kleinkunst en moest auditie doen. Natuurlijk. Dat vond ik heel normaal. Er komen natuurlijk allemaal gékken op af en ze moeten even horen dat je toon kan houden enzo. Heel begrijpelijk. Ik moest een liedje zingen, een monoloog en een improvisatieopdracht doen. Maar gróót was de schok toen ik niet werd aangenomen! ‘Te ver en niet meer te vormen’. De verlamming was groot. Niet aangenomen??? Te ver en niet meer te vormen??? Na het incasseren van dit bericht kreeg ik iets over me van ‘dan niet, dan ga ik het op een ándere manier doen!’ Dus ik belde Tonnie Dekker op. Tonnie had mij op de lagere school danslessen gegeven. Ze werkte in de musicals van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink als ‘Wat een Planeet’ en ‘Foxtrot’, ze danste in de musical ‘De Engel van Amsterdam’ en stond in ‘De André van Duin Revue’. Zij kende vást privé-leraren. Tonnie adviseerde me om taples te nemen bij Ken Montnoir en zangles bij Ans Goudsmit, de echtgenote van Lex. Dus dat deed ik.

Ken Montoir
Ik had allerlei baantjes om de lessen te betalen. Ken leerde me bewegen alsof ik heel goed kon dansen. Dat was helemaal niet zo, maar zo voelde het wel en zo zag het er ook uit. Ik heb altijd nét kunnen doen alsóf ik heel goed kon dansen. Maar ik kwam niet eens bij m’n tenen! Totaal niet lenig. Maar Ken zei; ‘Het ziet er toch lekker uit, heel goed’. Dat geeft zóveel vertrouwen, als je jong bent. En Ans Goudsmit was geweldig. We waren dol op elkaar. Aan het einde van de les namen we altijd een door mij uitgekozen lied onder handen. En dan kwam Lex er vaak gezellig bij zitten. En eigenlijk deed hij dat – achteraf gezien – om regieaanwijzingen te geven. Fantastisch was dat. Hoe een woord, waar een gebaar, waar juist niet, enzovoort. Jaren later zou Hetty Blok me nog grondiger onder handen nemen op dit gebied, maar Lex maakte in die tijd al een soort beginnetje.

Hetty Blok

Als Lex me mee kon nemen naar de radio deed hij dat. Gewoon om dat mee te maken, maar ook vaak om te zingen. Ik was bijvoorbeeld gast van Lex toen hij hoofdpersoon was in het beroemde radioprogramma van Karel Prior: ‘Kom es eens langs in Des Indes’. Lex had in seizoen ‘82/’83 een soort ‘uitkoopprogramma’. Dat ging niet in serie in het theater, maar werd zo los geboekt. Lex had een aantal leerlingen van zijn vrouw gevraagd om mee te doen. Ik mocht ook! Geweldig vond ik dat. ‘Van Oklahoma tot Anatevka’ was de titel van de show. Vóór de pauze zongen we losse musicalliedjes en ná de pauze zongen we, in kostuum, alle nummers uit ‘Anatevka’. Ook zo’n feest, dan sta je als jongetje van twintig ineens naast Lex Goudsmit in zijn glansrol van Tevje, de melkman. Lex was ook de man die mij in 1983 de tip gaf om auditie te gaan doen voor de musical ‘De Zoon van Louis Davids’. Tineke ten Hagen was in die tijd een pianiste waar Lex vaak mee werkte. Dus ik vroeg Tineke mee naar de auditie om me te begeleiden. Toen ik binnenkwam zag ik wel drie mensen achter de grote tafel zitten die, drie jaar eerder, ook bij de auditie waren op de Akademie voor Kleinkunst. Dus ik dacht metéén: ‘Nou, dat wordt niks, liedjes zingen, af’.

De zenuwen waren daardoor totáál weg. Een verloren zaak was het. ‘Die nemen me nooit’. En ik zong mijn liedjes dus heel vrij en zeker. Jacques Klöters vertelde me later dat hij me wel een heel brutaal ventje vond. Hij vroeg me of ik ook kon dansen. ‘Ja hoor, ik kan tappen’, zei ik toen. ‘Doe dan maar’, zei Jacques. Tineke vlóóg metéén achter de piano vandaan. Die schrok zich dood! Martin van Dijk nam haar plaats achter de toetsen in en speelde retteketet-muziek, waarop ik vrolijk ging tappen. Alle passen die ik van Ken geleerd had propte ik erin. ‘Ze nemen me toch niet’. Maar ze namen me dus wel. En door deze auditie kwam er in de musical zelfs een scène waarin ik voor een spiegel allerlei tappassen stond te repeteren. Zo wonderlijk kan het lopen.

Mijn eerste musical! Met ál die goeie mensen: Jenny Arean, Gerrie van der Klei, Johan Ooms, Joost Prinsen én met Lex Goudsmit! Deze show was het debuut van Karin Bloemen. Het was héérlijk om mijn eerste lange tournee met al die goeie mensen te mogen spelen. En dat Lex meedeed was natuurlijk een extra groot cadeau. Ik heb dat seizoen véél gekeken, véél geleerd en genóten. Speelde voor het eerst in alle Nederlandse theaters! Gek genoeg stond de musical én in Carré, én in de Meervaart, én in het Nieuwe de la Mar Theater. Meteen in drie belangrijke theaters van mijn eigen stad! Ken Montnoir, Ans Goudsmit en Hetty Blok. Ze zijn er niet meer. Maar altijd, als ik voor iets aan het repeteren ben, zitten ze glashelder in mijn hoofd. Ze repeteren altijd mee. En daar ben ik me heel bewust van. Ik denk aan ze met heel veel liefde. Ze waren allen vakkundig op hun eigen gebied.

En, ik ben zeer schatplichtig aan ze.

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information