Column Arie Cupé: JE LEEFT ALLÉÉN VANDAAG

In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma 'Van Oklahoma tot Anatevka' en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de présence gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.

In theaterseizoen 2009/2010 zat ik in de komedie van en met Jon van Eerd over het personeel van onze toenmalige Koningin Beatrix: ‘Oranje Boven’. Het publiek kon er geen genoeg van krijgen. En wij ook niet. Verder speelden Liz Snoijink, Marjolein Algera en Peggy Vrijens mee. Het was de eerste komedie die ik bij Jon mocht spelen en er zouden er gelukkig nog vele volgen. Met regisseur Caroline Frerichs had ik al eerder gewerkt, in de musicals ‘Alleen op de wereld’ en ‘Zonder moeite niets’, een musicalproject met studenten van de Frank Sanders Akademie, die daarmee hun examenjaar afsloten.

La Cage 01

Toen we de komedie al een tijdje speelden werd het dus voorjaar 2010. Tegen die tijd werd overal reeds groots aangekondigd dat Jon van Eerd met Stanley Burleson het volgend seizoen de hoofdrollen zouden gaan spelen in de musical ‘La Cage Aux Folles’, waarmee het herrezen Theater de la Mar geopend zou worden. En ‘onze’ Liz Snoijink had er ook een rol in gekregen. Wij vonden het allemaal heel opwindend. Mijn Martin en ik zagen in 1986 de musical over een travestieclub in het Londense Palladium met George Hearn als Zaza. Hij had deze rol ook op Broadway gespeeld in de eerste originele produktie van ‘La Cage’ als musical. Geweldig vonden we het!

Ik had er geestdriftig over verteld dus iedereen van ons Oranje Boven-clubje was blij voor Jon en Liz dat zij daarin gingen spelen! Er bleken nog audities te zijn voor de rol van Jacob, de ‘meid’ van Zaza. Die rol werd overal ter wereld gespeeld door een donkere acteur. Jon vertelde mij dat ze niemand konden vinden en dat ze nu dus maar naar een niet-donkere acteur op zoek waren die de rol van Jacob moest gaan spelen. ‘Je moet je opgeven!’ zei Jon. Dus dat deed ik.
Auditie gedaan. Ging allemaal goed. Afwachten maar. Spannend. Intussen sprong inééns Juan Wells uit een hoge hoed voor de rol. En die kreeg ‘m. Niet alleen omdat ie hartstikke geschikt was, maar hij is ook nog es zéér donker, dus waarom ze hem niet metéén hadden gevonden is mij nog altijd een raadsel. Voor mij ging de rol dus aan mijn neus voorbij. Maar toen werd ik plotseling gebeld of ik de rol van Francis wilde spelen. Een kleine rol van de stagemanager van de club. Nou, maar al te graag! Al moest ik een dweil van links naar rechts brengen, had ik nog ja gezegd! ‘La Cage aux Folles’! Én de opening van het de la Mar! En daar nog es drie maanden blijven spelen ook! Daarná een tour en afsluiten met nóg es drie weken in het de la Mar! Maar natuurlijk deed ik dat!

Arie Foto Roy Beusker

Plotseling ging ik dus met Jon en Liz ook méé naar ‘La Cage’. Onze komedie ‘Oranje Boven’ was zó succesvol dat wij nog ná de zomervakantie een paar weken een reprise speelden terwijl we overdag ‘La Cage’ repeteerden. Dat moet voor Jon, met die geweldig gecompliceerde rol, een hele opgave zijn geweest. Maar hij deed het zonder morren. De choreografie was van Nichola Treherne en de regie van Matthew (Matt) Ryan, allebei uit Engeland. Nichola liet ‘de meisjes’ van de club geweldig dansen. De repetities met Matt vond ik heel prettig. Hoewel mijn rol dus klein was vond hij dat ik altijd bij de sessies met de ‘notes’ voor de rollen aanwezig moest zijn. ‘You are not a member of the ensemble, my dear’, zei ie. Dat deed het programmaboekje wel vermoeden, maar Matt vond dus dat dat niet klopte.

Toen we verhuisden van het repetitielokaal naar het de la Mar kregen we allemaal natuurlijk enorm verhoging! Wij waren de éérsten die het theater van binnen zouden zien! Er werd ons wel gezegd dat we ons alléén op het toneel en in het kleedkamergebied mochten begeven. Er lag nog overal plastic op de vloeren en de wanden waren nog kaal. In de zaal zagen we af en toe nog wat meer stoelen verschijnen. Het rook naar gezaagd hout. En Joop van den Ende liep natuurlijk dagelijks te inspecteren of alles wel ging zoals hij wilde. Opwindende tijden!

Eenmaal in het theater, dat is natuurlijk altijd zo, begon het ‘monteren’ van de musical. Het decor stond er, de kostuums kwamen uit het atelier, er werd gekeken naar de schmink en naar de pruiken, kortom daarmee komen ook altijd grote problemen: ‘Wat een rare bocht in dat decor, ik val vast straks, in dat kostuum kan ik me helemaal niet bewegen’ etc. Het wordt altijd opgelost, maar eerst is er tóch altijd die stress. Ik zal nooit de doorpas vergeten van een jurk voor Jon. In een bepaald nummer moest hij dus iets aan en daar waren verschillende mogelijkheden voor. Hoewel ik er niet mocht komen zat ik op dat moment op het balkon. Stout, ach ja.

Er stond een volgspot op het toneel gericht en nog allerlei andere spots ook. In de zaal Matt en allerlei anderen die ook hun mening zouden geven welk kostuum het moest gaan worden. Jon verscheen vanuit de coulissen met een jurk aan en liep het felle licht in en toonde het kostuum. Daar spraken ze dan in de zaal over en dan werd er geroepen; ‘Okay, next one please!’. Jon af, Jon op met andere jurk. ‘Okay, next one please!’. Op een bepaald moment hadden de dames en heren het idee dat dit het wel was en verlieten de zaal. Toen ze eenmaal weg waren zag ik Jon wederom uit de coulissen komen met een andere creatie aan en hij stapte weer zwijgend in het licht om het kostuum te laten beoordelen. Maar er zat dus niemand meer in de zaal. Hij zag dat niet omdat hij dus verblind werd door de spots. Ik dacht dat ik gék werd. Heel beleefd en geduldig stond Jon dus in dat kostuum te wachten op een kreet van Matt uit de zaal. Die kwam niet. En heel lang niet. Het bleef héél lang stil. De situatie kwam regelrecht uit een musical-film! Daar stond Jon dan. Met die ogen. Stééds ongeduldiger. Maar toch blijven staan. Écht wel tien minuten! ‘Excuse me?’, zei hij toen aarzelend. Ik begon toen búlderend te lachen en vanaf het balkon heb ik hem snikkend toegeroepen dat ze weg waren. Ook Jon werd gek van het lachen.

Arie Konining Beatrix Foto Roy Beusker

Óp naar de tryouts en naar de grote première op 28 november 2010. Een fééstelijke première met Koningin Beatrix en Meester Pieter van Vollenhoven in de zaal en zóveel leuke collega’s die ook voor het eerst bij ons ‘De Wim Sonneveld Zaal’ betraden. In de kleine ‘Mary Dresselhuys Zaal’ ging op hetzelfde moment het toneelstuk ‘Ontrouw’ met oa Linda van Dyck in première. De gasten van beide voorstellingen mengden zich na de voorstellingen op het grote feest. En dat bleef voor ons zo het héle seizoen, het was één gróót féést! We hebben het met ‘La Cage’ zó fijn gehad. Met Jon, Stanley, Liz, Derek, Gerrie, Karel, Juan, Bram, met iederéén! Er is toen een band voor het léven ontstaan. Het is jammer dat er in het Delamar Theater zelf niets is dat aan de opening en onze première herinnert, geen foto ofzo, niets. Dat is jammer. Maar goed. En hoewel we op Nederlandse tekst van dierbare Martine Bijl met z’n allen zongen ‘Je leeft alléén vandaag!’, denken wij er allemaal nu nog steeds met grote vreugde aan terug. Aan toen! Aan die tijd. De periode van ‘La Cage aux Folles’!

Arie Jon

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information