In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma 'Van Oklahoma tot Anatevka' en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de présence gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.

In 1971 bracht het toenmalige staatshoofd van Japan, Keizer Hirohito, een officieel bezoek aan Nederland. Hij werd op paleis Soestdijk ontvangen door Koningin Juliana en Prins Bernhard. Heel gezellig allemaal. Er stond bijvoorbeeld ook een bezoekje aan het Rijksmuseum gepland. Voor een deel van de Nederlandse bevolking was dit bezoek alles behalve een feestje. Voor deze mensen werd Keizer Hirohito verantwoordelijk gehouden voor de misdaden begaan in de Jappenkampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de Japanse inval in Nederlands-Indië verdwenen veel landgenoten in de kampen en werden veel mannen te werk gesteld als dwangarbeider aan de Birmaspoorlijn, de Dodenspoorlijn.

Cabaretier Wim Kan en zijn vrouw cabaretière/actrice Corrie Vonk gingen in 1939 naar Indië met hun cabaret. En zo maakten zij ook de Japanse inval mee. Corrie ging het Jappenkamp in en Wim Kan moest werken aan die bewuste Dodenspoorlijn. Gelukkig overleefden zij beiden de oorlog en kwamen in 1945 weer terug in Nederland. Maar vergeten zouden ze deze jaren natuurlijk nooit meer. Ze zouden het altijd meedragen.

Toen het bezoek van Hirohito werd aangekondigd schreef Wim Kan een brief aan Koningin Juliana waarin hij haar uitlegde hoe verkeerd het zou zijn deze man te ontvangen. Er werd niet naar hem geluisterd. Het drie-daags bezoek ging dus gewoon door. Er werden protestmarsen georganiseerd. Er werd veel geroepen, protestborden. Wim Kan kwam in ‘Achter het Nieuws’. En toen was het voorbij.

Onze Nederlandse cabaretgeschiedenis hield er een beklemmend lied aan over: ‘Er leven niet veel mensen meer’, doelend op alle mensen die de gruwelen niet hebben overleefd. Het nummer eindigt: ‘En toch leeft er nog altijd één die het navertellen kan, die de geschiedenis kent als geen; de Keizer van Japan. Nou hij niet opgehangen is, had op Soestdijk toen aan de dis tenminste toch es iemand kunnen vragen hoe dat zat, destijds in Birma, aan die railroad, met die doden, en die zieken, en die honger, en die cellen. Wat had ie dat, terwijl ie at, móói kunnen navertellen’. Wim Kan gooide zijn ridderorde in de Westeinder en dat was dat. Drie bewogen dagen.

Waar was ik toen? Nou ik was een klein jongetje van negen jaar hè in 1971. Je zou denken, daar maakt zo’n kind weinig van méé. Maar dat is dus niet helemaal wáár. Mijn beide ouders, die zeer politiek waren, waren ook niet zo blij geweest met het bezoek. Wij hadden in 1971 het Café Cupé aan de Haarlemmerweg en toen Keizer Hirohito op Schiphol landde klom mijn vader op een trap en schoof boven de ingang van het café in de vlaggenstokhouder de Nederlandse vlag: halfstok, met een zwart rouwlint. Hij heeft me toen uitgelegd waarom hij dat deed. Mijn vader kon dat soort dingen altijd goed en rustig uitleggen. En zo klein als ik was vond ik mijn vader een héld! Dat dééd hij toch maar!

Na ongeveer een uurtje stapten er twee politieagenten het café binnen. De boys in blue verzochten mijn vader om de vlag naar beneden te halen. Het betrof hier een staatsbezoek van een bevriend staatshoofd. Dus dat mocht niet. En wat deed mijn vader? Hij gehoorzaamde. Hij klom op het trapje en haalde de vlag omlaag. De politie vertrok tevreden. Ik was hevig teleurgesteld in mijn vader. Zo kort geleden was hij mijn held! En nu! Gróót was dan ook mijn blijdschap toen ik zag dat mijn vader, zodra de politieauto uit beeld was, de vlag weer ophing. Na een paar uur kwam er weer politie binnen en ging alles in de herhaling: vlag eraf, politieauto weg, vlag er weer op. Blijkbaar werd er in die tijd nog niet zo goed gecommuniceerd tussen de agenten onderling. Want drie dagen lang stapte mijn vader de ladder op en af. Tot de keizer weer vertrokken was uit ons land. Jawel!

Wat ik niet bewust heb meegemaakt, want ik was toen vier jaar, was de boosheid van mijn ouders toen er in 1966 sprake was van een vrijlating van ‘de drie van Breda’. Het betrof drie oorlogsmisdadigers: Joseph Kotälla, Ferdinand aus der Funten en Willy Lages. Deze Lages was verantwoordelijk voor de deportatie van Joden uit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen in Duitsland en Polen. Ook executies van vele verzetsmensen werden in zijn naam uitgevoerd, onder andere de moord op Hannie Schaft.

pappa 02

Alle drie waren zij verantwoordelijk voor gruwelen van de nazi’s. Zij zaten alle drie in Breda gevangen. Nou, dat werd dus een groot protest toen er van vroegtijdige vrijlating werd gesproken. Uiteindelijk is het ook niet doorgegaan.  Mijn ouders liepen in de demonstratie. Zoals altijd gekleed alsof ze naar een bruiloft gingen; mijn moeder mooie kleertjes, mooie jas, mijn vader in keurig pak. Mijn vader had voor de gelegenheid een bord gemaakt dat ze meedroegen. Niet groot, wel van grote betekenis. Daarop stond niet ‘Wij zijn tégen de vrijlating!’ en niet ‘Dit zijn de beulen geweest!’. Het had allemaal makkelijk gekund, want het is waar. Maar nee. Mijn vader had een bord gemaakt met een foto van zijn neef verzetsman Freek Ox, in 1944 doodgeschoten in de Euterpestraat in Amsterdam, de huidige Gerrit van der Veenstraat. En bij deze foto van Freek Ox stond alleen maar: ‘Vermoord door Lages’. Zo van, kijk, dit is één van de feiten, dat werd uit naam van die Lages gedaan en moet die vrij? Er is toen een foto gemaakt die in alle kranten verscheen. Ook de Duitse pers plaatsten de foto. Mede door dat indrukwekkende bord.

Daar was mijn vader goed in. Maar ook bij de feestelijke dingen in het leven, hoor: Als klein jongetje met hem samen de hele stad aflopen om bij iedere drogist en Simon de Wit te vragen of ze soms de Sinterklaas-sleutelhanger hadden, dat toen aan een fles Dreft zat. Er waren heel veel Pietjes-sleutelhangers, maar van die met Sinterklaas waren er veel minder uitgegeven. En die wilde ik! Na úren winkel in-en-uit hád ik ‘m! Hij liet me Amsterdam zien, Het Waterlooplein, de Wallen, Het Rembrandtplein, alles alles! En hij kon er dan zo goed over vertellen. Wat er gebeurd was: De oproer in de Jordaan, het vallende kunstgebit van Koningin Wilhelmina tijdens de balkonscène op de Dam na haar abdicatie, hij liet me Hippies zien in het Vondelpark.

pappa 03

Gelukkig was zijn taart heel groot en smakelijk, want hij overleed al toen ik 19 was. Maar de nasmaak is honingzoet. Hij was mijn held. Voor altijd. En mijn grootste stimulator om te gáán voor wat ik wilde: Theater!

 

 

 

 

 

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information