Column Arie Cupé: JA HALLO, MET MIJ, MET MARYColumn Arie Cupé: JA HALLO, MET MIJ, MET MARY

 In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma 'Van Oklahoma tot Anatevka' en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de présence gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden. 

Mary Michon. Ze was actrice/zangeres in musicals. Ze was programma-maakster voor de IKON. En voor ons was ze een hele fijne vriendin. Altijd vol interesse voor de mensen om haar heen. En sowieso in het leven. Daar kwam ook haar grote kracht vandaan bij het maken voor documentaires en andere programma’s voor de televisie. Maar Mary stond dus ook in musicals.

Ja hallo 02

Om te beginnen in de oer-versie van de eerste musical van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink: ‘Heerlijk duurt het langst’. De première was op 2 oktober 1965 en er werden 534 voorstelling van gespeeld. Grote ster van de voorstelling was Conny Stuart, die daarin voor de eerste keer liedjes als ‘’t Is over’ en ‘Zeur niet’ zong. Mary zat in het ‘ballet’. Ze heeft me een keer verteld dat ze mevrouw Stuart, zoals iedereen Conny moest noemen van producent John de Crane, eens heel voorzichtig attendeerde op de achterkant van haar kapsel, want dat zat een beetje rommelig terwijl Conny er altijd zo verzorgd mogelijk uit wilde zien. Dat wist Mary. Ze was ook verbaasd toen Conny’s reactie was: ‘Ach kind, van achteren wonen geen mensen’.

Vanaf 1969 ging Mary voor de televisie werken bij de IKOR, voor de naam in 1976 werd gewijzigd in de IKON. Meer dan dertig jaar maakte zij programma’s. En met succes. Ze won er bijvoorbeeld een Nipkow-vermelding mee. Maar toch is Mary ook blijven spelen. In de eerste drie musicals van Jos Brink, Frank Sanders en Henk Bokkinga: ‘Maskerade’ (‘79/’81), ‘Amerika Amerika’ (‘81/’83) en in ‘Evenaar’ (‘83/’85). In deze musicals maakte zij geen deel meer uit van het ensemble maar speelde zij hoofdrollen naast Lucie de Lange, Simone Kleinsma en Jos en Frank zelf.

Ja Hallo 04

In die periode leerde ik Mary kennen. Nou ja, kénnen. We zeiden elkaar gedag. Pas in 1998 kwam daar verandering in: ‘Sassafras’. Jos Brink schreef een blijspel met een paar liedjes en speelde daar natuurlijk zelf de hoofdrol in. Verder deden daar Paul van Ewijk, Josta Rutten, Mary en ik aan mee. Het was bij de lezing al duidelijk dat het script niet je dát was. Maar dat laat je niet meteen aan elkaar merken natuurlijk. Ook toen Jos het na een paar weken hélémáál herschreef bleek het niet heel erg opgeknapt te zijn. Maar goed, we hebben er toch een seizoen heel succesvol mee gespeeld, voor uitverkochte zalen. En we hadden een heel fijn clubje bij elkaar, dus we hebben het erg leuk gehad. Én het was het moment dat Mary en ik elkaar dus écht leerden kennen en daarna in elkaars leven bleven.

Ja hallo 01

Tijdens het spelen van de voorstelling hebben we ontzettend gelachen. Er zat bijvoorbeeld een liedje in ‘Tante, waar bent U?’. Mary speelde namelijk een ‘fake-dode-geesten-oproepster’. Dus we zaten met z’n vieren rond een tafel en dan riep zij de tante op. Aan het eind verscheen Jos in een schattig mantelpakje. Maar goed, éérst ons liedje. Om te beginnen was het een moeilijk en niet te leren tekstje: ‘Tante, waar bent U?’, ‘Tante, waar zit U?’, ‘Tante, waar blijft U’, het kwam er allemaal in voor en daar vergisten één van ons zich natuurlijk af en toe in. En dat is om gék van te worden van het lachen. Misschien moeilijk om voor te stellen, maar dat is dodelijk. Zó moeilijk om dan serieus te blijven. Zéker omdat we wisten dat Jos zich eraan zou ergeren als hij ons zou horen lachen, terwijl hij zich in de coulissen in dat pakje stond te wurmen. Maar ja, Jos zelf had samen met Mary een duet als opening van de tweede acte. Nou, er is een avond geweest dat er toen uit die twee helemáál geen zinnig woord meer kwam. En de zaal lachte vrolijk mee.

Ik zie me ook een keer nog in de kleedkamer zitten in theater de Kampagne in Den Helder. Een fijn theater met - toen nog - de gezellige kantinebeheerster Greta en de mooie, stoere inspiciënt blonde Nico. Maar dit terzijde. Paul en ik hoorden Jos en Mary met elkaar een scène spelen. Hun stemmen klonken uit een boxje van de afluistering. En inééns ging de zaal búlderen van het lachen. Er was geen tekst meer te horen, maar wel een gillend publiek. Paul en ik stóven naar de coulissen en zagen wat er aan de hand was: Tijdens de scène was de rok van Mary gewoon, bóem, van haar middel gegleden en stond ze in haar ondergoed. Zowel Mary als Jos kónden niet meer van het lachen. Op een bepaald moment, echt pas minuten later, stapte Mary uit haar rok en liep ermee richting coulissen met de woorden ‘En toen liep ik af’. ‘Sassafras’ bracht ons dus bij elkaar.

Na de laatste voorstelling bleven we elkaar met grote regelmaat zien. Het werd echt een vriendschap. Mary schreef ook boeken. Meestal over ‘ De emancipatie van de vrouw’ en ‘Het ouder worden’. Deze onderwerpen hielden Mary haar hele leven lang heel erg bezig. Ze gaf hierover ook lezingen en workshops.

Ja Hallo 05

Nadat de nieuwe eeuw maar net begonnen was, maakte ze twee solo-voorstellingen: ‘Hinderlijk blij’ en ‘Later als ik groot ben’. Voor beide, cabareteske shows riep ze mijn hulp in voor muziek-advies. Voor ‘Hinderlijk blij’ schreef ik tevens op haar verzoek een lied over haar vader. Je kon met Mary over alles praten. Ze was heel erg belezen en wilde ook altijd alles weten waar jij op dat moment mee bezig was.

Ik maakte de verhuizing mee van haar grote woning aan de Prinsengracht naar een kleinere, knusse, etage aan de Marnixstraat. Ze was er heel gelukkig, hoewel ze natuurlijk ineens niet meer náást café Kalkhoven woonde. Dat café ‘gebruikte’ ze dagelijks als haar kantoor. Maar toevallig werd er in de tijd van haar verhuizing ook gewisseld van café-eigenaar. Dus dat was voor haar gewoon een afgesloten periode. In de toekomst hield ze in allerlei andere gelegenheden kantoor.

Ook was Mary een paar jaar jurylid bij de Musical Awards. Het leven bleef dus druk en intens. Nieuwsgierigheid is wat haar dreef. Als artiest, journalist, auteur én als mens.

In 2011 overlijdt Mary. Ze mocht maar 71 jaar worden. In een herdenkingsdienst, gehouden in De Rode Hoed, kwamen familie, vrienden en collega’s bijeen. Een indrukwekkende bijeenkomst. Ook de begrafenis zelf. Maar natuurlijk. Voor zo’n vrouw! Het is heel gek, maar ook al is ze al heel lang niet meer bij ons, écht weg is ze zeker niet. Ik herlees haar boeken wel eens. Gewoon zomaar op straat moet ik ineens aan haar denken als ik iets zie waarvan ik weet dat zij zich er heel druk over zou maken. Ook televisie zie ik soms met haar ogen. Maar wat natuurlijk nooit meer gebeurt is dat de telefoon gaat en je die heldere, vrolijke stem hoort zeggen: ‘Ja hallo, met mij, met Mary’.

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information