Column Arie Cupé: WAT ZIEN IK?  STOF?

 In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma 'Van Oklahoma tot Anatevka' en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de présence gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.  

In 1965 kwam Albert Mol ineens met zijn boekje ‘Wat zien ik’. De ondertitel was: ‘Ontboezemingen van een vrouw uit het Amsterdamse leven’. Dat leven betrof dus het hoerenleven. Albert had het op bandjes ingesproken en zijn uitgever Tip Tiebosch had het uitgetypt. Al die verhalen van klanten met hun vreemde wensen. Nou, dat veroorzaakte natuurlijk een hele ophef in die tijd. Simon Carmiggelt schreef het voorwoord. En het boek verkocht heel goed. Het verhaalde over Blonde Greet en haar avonturen met de speciale wensen van haar klanten. Eén van de hoofstukken had als titel ‘Haar van boven’, doelend op de buurvrouw van Greet die hetzelfde beroep had.

In 1968 kwam er een boekje uit met als titel ‘Haar van Boven’ waarin Albert verder vertelde over de avonturen van deze twee meiden. Ook weer een succes. Mijn ouders hadden beide boekjes ook in huis, maar ja, ik was drie en zes jaar toen ze werden uitgegeven. Dus ze lazen me er niet uit voor, zal ik maar zeggen.

wat zien ik 01
In 1966 kwam er een single uit met een paar verhalen uit het boekje, gespeeld door Hetty Blok als Blonde Greet. De naam van Hetty stond niet op het hoesje waardoor het een vraag bleef van wie die stem nou eigenlijk was, maar ja, Hetty had zó’n eigen geluid dat het al gauw geen raadsel meer was. Hetty heeft me zelf later eens verteld dat ze in die tijd werd opgebeld door een mevrouw die haar vroeg of Hetty het plaatje had ingesproken of Albert Mol. Deze dame vertelde dat zij dacht ze de stem van Albert herkende, maar haar man was van mening dat het de stem van Hetty was. Toen Hetty haar vertelde dat zij het plaatje had ingesproken legde de dame vrij snel de hoorn op de haak met ‘Hè wat vervelend, nu heeft m’n man de weddenschap gewonnen, dag mevrouw!’

In 1969 kwam er een LP uit onder de titel ‘Haar van Boven’ waarop Albert Blonde Greet speelde en Hetty Haar van Boven. Vier verhaaltjes uit beide boekjes afgewisseld met liedjes uit het hoerenleven, gezongen door Hetty. Dat de single en de LP in ons huis aanwezig waren hoeft geen betoog. En die werden gedraaid. Ik was dus alweer iets ouder, zeven of acht. Ook al snapte ik er niet zoveel van, ik vond vooral de LP heel leuk, met al die liedjes en verhaaltjes.

In 1971 kwam er een bioscoopfilm uit onder de titel ‘Wat zien ik’ met Ronnie Bierman als Greet en Sylvia de Leur als Haar van Boven. Ik zeg nu expres niet Blónde Greet want Ronnie Bierman had een rood kapsel in deze film. Waarom weet ik niet, hoewel ik bevroed dat het komt omdat twee jaar daarvóór de filmversie van ‘Sweet Charity’ uitkwam met Shirley MacLaine en Shirley aan het begin van de film bij de titelrol door New York rende met jawel, rood haar. Ronnie liep bij de titelrol van ‘Wat zien ik’ door Amsterdam en je zag haar ook in een auto door de hoofdstad rijden. Ik denk gewoon dat opening van de film ‘Sweet Charity’ de inspiratie was voor onze film ‘Wat zien ik’; een roodharig vrouwtje gaande door de stad. Maar ja, dat dénk ik.

ronnie bierman
Die film zag ik overigens pas in de tachtiger jaren. Wel had ik in 1978 zélf het boek ‘Blonde Greet Compleet’ gekocht. Daarin zaten de beide boekjes gebundeld plus een nieuw verhaal van Albert Mol van Blonde Greet in Londen. Je kunt dus wel zeggen dat ik zéér op de hoogte was van het werk van Albert Mol over deze dames. En door die LP met al die liedjes was het voor mij ook altijd al een soort muzikaal verhaal geweest.

Wij nemen een sprong: In theaterseizoen 2006/2007 zou er een musical uitkomen van ‘Wat zien ik’. Albert heeft er nog toestemming voor gegeven, maar overleed vóór de repetities nog moesten beginnen. Toen het plan om van ‘Wat zien ik’ een musical te maken werd gelanceerd, begrijpt U dat ik zeer opgewonden werd. Na alles wat ik U hiervoor vertelde kunt U zich voorstellen dat ik daar in móest! In wélke rol dan ook! Dat wilde ik! Kláár! Uit!  

wat zien ik 03
De Graaf en Cornelissen brachten de voorstelling uit met Ellen Pieters als Blonde Greet en Mariska van Kolck als Haar van Boven. Johnny Kraaykamp, Kiki Classen, Hans Breetveld, Hilke Bierman speelden ook rollen. Rosalie de Jong maakte in deze musical haar debuut  En ja hoor, ik mocht ook meedoen! Ik speelde alle klanten van Blonde Greet en Haar van Boven en ik was ook nog ‘Roberto, een oude nicht met cape en hoed’, jawel! Nou mensen, ik kan jullie niet vertellen wat een plezier we hebben gehad bij het spelen van deze musical. Fijn script van Frans Mulder en Allard Blom. De regie was van Paul van Ewijk.

Al bij de repetities was het lachen geblazen. Ik speelde dus allerlei klanten met vreemde verzoeken aan de beide hoeren. Eén ervan betrof een man die verkleed als haan op het bed wilde dansen en dan moesten Greet en Haar van Boven zich verkleden als kippen. Die kippen moesten dan tókken. Dan deden ze ook braaf tot Greet ineens ging piepen. Daar werd de man dan weer kwaad om en Greet ook omdat ze vond dat ze geen kip maar een piepkuiken was. Uiteindelijk word ik er dan als haan gewoon uitgegooid.

wat zien ik 04
In de repetitietijd stonden wij dat dus gewoon met trainingspakken aan te spelen. Nog niet met de veren-kostuums. Ik stond op een tafel en Ellen en Mariska holden daar omheen. Ik weet wel dat bij het doorlopen van de musical in het repetitielokaal de collega’s verbaasd zaten te kijken wat dit nou straks moest gaan worden. Want het was nou écht zo’n komische scène waar je publiek bij nodig hebt om het uiteindelijk goed te krijgen. Maar dat lukte! De lachsalo’s waren niet van de lucht.

Ik weet nog dat bij een doorloop in de repetitietijd de dochter van Albert, Kika Mol, werd meegenomen door Frans Mulder. Daar werd ik heel zenuwachtig van, maar gelukkig gaf Kika al gauw haar zegen aan wat ze allemaal zag en hoorde. De titelsong die Ellen Pieters aan het einde van de musical zou zingen, kreeg zij bij de repetities nauwelijks haar strot uit. Ze stopte vaak, overmand door emotie. Het werd uiteindelijk ook een prachtig slot van de musical. Als ze het zong hadden we allemaal een brok in de keel. Het publiek helemaal.

We hebben een heerlijk seizoen gehad met zalen die helemaal uit hun ból gingen. Het was gewoon een feestje om deze musical te spelen. Een show die er nooit gekomen zou zijn als Albert Mol alweer 55 jaar geleden dat boek in de wereld bracht: Wat zien ik…..

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information