Column Arie Cupé: WAAROM WIL IK DIT?

Column Arie Cupé: WAAROM WIL IK DIT?

In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma 'Van Oklahoma tot Anatevka' en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de présence gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.

Het is een herkenbaar moment voor iedereen aan het toneel. Bij een première is de spanning natuurlijk heel hoog. Je hoopt dat het stuk of musical het goed gaat doen bij het publiek.Je staat zenuwachtig in de coulissen te wachten voor je eerste opkomst en het enige dat je dan denkt is: ‘Waarom wil ik dit’? Dan ga je op en dan is dat allemaal weer weg en ga je lekker spelen. Maar de vraag waaróm iemand acteur of zanger wil worden, is een vraag waarop ik geen antwoord heb. Natuurlijk denk je dat je wat kan. In gesprekken met Jenny Arean zei ze me ooit: ‘Ja, niemand gaat uit bescheidenheid op een toneel staan’. En dat is zo.

Waarom doe ik dit 02

Toen ik als klein jongetje in ons café voor de mensen zong wíst ik dat ik dat kón. Maar als kind heb je sowieso geen last van zenuwen. Dat komt later. Maar goed, dan blijft tóch nog de vraag ‘waaróm wil ik dit?’ Je wordt natuurlijk aangestoken door alles wat je op televisie, in de bioscoop en in het theater ziet. En ik vrat álles op.

Ik hoorde als kind de grote acteur Guus Hermus een keer op de radio zeggen; ‘Jij kiest niet het vak, het vak kiest jou’. Dat was mooi gezegd. En dat sloeg natuurlijk op de betovering waardoor je gepakt wordt.Toen ik al volwassen was hoorde ik Adèle Bloemendaal in het tv-programma RUR zeggen: ‘Als mensen lachen, zijn ze even niet gevaarlijk’. En ze zei dat ze dat hardop durfde te zeggen sinds ze gelezen had dat Mel Brooks dat ook vond. Zij wist dat ook al een geruime tijd. Ik wist ook metéén dat dat wáár was. Als ik op school door klasgenootjes verbaal werd aangevallen ging ik er altijd met een grap overhéén. Dan moesten de andere kinderen hard lachen en droop mijn ‘aanvaller’ af. Dat geeft je dus een bepaalde kracht.

Waarom doe ik dit 03

Op mijn lagere school hadden wij naast gymnastiek ook dansles. Danseres Tonnie Dekker gaf dat. Ik vond dat natuurlijk leuk en Tonnie ging zelfs langs ons café om mijn ouders te zeggen dat ik aan het toneel zou moeten. Jawel! Toen ik 12 jaar was moest er natuurlijk ook een afscheidsvoorstelling komen, die de kinderen voor de ouders zouden gaan spelen. Ik heb de leraar toen gezegd dat ik dat wel zou schrijven. Hoe vind je die? Maar ik heb het gedaan. Ik heb geen script meer, zelfs geen titel, maar wat ik nog wél weet is het gegeven: Ik had gehoord dat in Amerika op televisie films onderbroken werden door reclames. Commerciële televisie. Dat kenden wij begin jaren zeventig natuurlijk helemaal niet. Dat kwam bij ons pas in 1989! Maar ik vond het zo’n krankzinnig gegeven. Ik maakte een spannend verhaal met een moord. En ik deelde de klas op in twee groepen: De ene helft speelde dat misdaadverhaal en de andere groep speelde reclamespotjes. En op de spannendste momenten van het moordverhaal ging het licht uit en gilde de leraar: ‘Reclame!’ En dan stóven de leerlingen in het donker van het toneel en de andere groep dook er op. Dan ging het licht weer aan en speelden deze leerlingen een reclame. Dan ging het licht weer uit en wisselden de groepen weer en ging het misdaadverhaal door. Ik had mezelf uiteraard ingedeeld bij de reclames. Dat vond ik veel leuker. Ik herinner me dat ik een schoonmaakmiddel aanprees: ‘Feijenoord, maakt zo lekker schoon!’. Dit natuurlijk als grapje naar Ajax. Maar ondernemend was het wel. Leuke herinnering.

In mijn tienertijd ‘dwong’ ik kameraadjes om mij heen om ook met me mee te doen aan artistieke activiteiten. Met mijn buurmeisje Ria Boots nam ik bijvoorbeeld op een cassettebandje een hoorspel op, gebaseerd op ‘Twee op de wip’ van William Gibson. Daar zaten veel telefoongesprekken in. Dat namen we op als onze ouders niet thuis waren: Gauw bellen en opnemen, want dan hoorde je de stem door de telefoon heel anders dan gewoon zó. Helemaal gelukt. De opname heb ik nog steeds.Onze ouders vonden het achteraf heel leuk om te horen en hebben er waarschijnlijk nooit bij stil gestaan dat we wel 3291 keer moesten bellen vóór het hele hoorspelletje kláár was.

Waarom doe ik dit 04

Ook op de HAVO liet ik medeleerlingen, zonder dat ik daar bij stil stond, toneelspelen. Dat zat zo: Als je jarig was mocht je bij ons op school thee met een koek uitdelen. Mevrouw Kosse dreef onze kantine en daar kon je dat kopen.
Ik bedacht een plan. Die leraren wisten natuurlijk niet precies wanneer iedereen jarig was. Ik maakte een lijst. We hadden acht vakken. Elke leerling was tijdens een jaar gewoon bij alle vakken een keer jarig, dus acht keer. Mijn grote vriendin Monique de Boer hielp me met het plan. Wij, als duo, zouden de thee en de koeken altijd voor de jarige uit de kantine halen en dan deelde ‘de jarige’uit. We zaten met zo’n dertig leerlingen in de klas. Normáál had je dus jaarlijks 30 keer thee met een koek gehad. Nú kregen we dat 30 X 8 = 240 per jaar! We hielden zorgvuldig bij wie bij welk vak al jarig was geweest. Want we mochten natuurlijk geen fouten maken. En dan zongen iedereen ‘Lang zal die leven’ voor de leerling in kwestie. En alle leerlingen speelden dat allemaal graag mee, want iedereen wilde natuurlijk wel graag iets lekkers bij de les, nietwaar. De mede-leerlingen betaalden ons gewoon zijn eigen thee met een koek, dus het plan was waterdicht. Leraren gaan ook niet tegen elkaar zeggen: ‘Wie denk dat er jarig was bij mij in de klas?’ Dat deden ze toch niet.

Later heb ik ook wel eens bedacht of ze het misschien toch wel wisten maar ons maar lieten gaan. Mevrouw Kosse van de kantine wist er in ieder geval wél van, want zij zag natuurlijk wel hoeveel verjaardagen er ieder jaar in onze klas gevierd werden! Maar zij had er omzet van, dus we vertrouwden erop dat zij haar mond hield. Daarbij was het een hele aardige vrouw, waar Monique en ik een klik hadden. En de leerlingen deden vrolijk mee. Net doen of er iemand jarig is, méézingen en ‘gefeliciteerd’ roepen. Ik liet eigenlijk mijn hele klas het hele jaar door toneelspelen.

En ik ben het blíjven doen. Me in de zenuwen storten bij elke nieuwe productie in de hoop dat het een succes zal worden. En waarom wil ik dat? Ik ben er nog steeds niet uit. Misschien is het antwoord wel heel eenvoudig: Omdat ik het héérlijk vind om te doen! Omdat het vak mij zoveel plezier geeft! Misschien is dat het. Misschien daarom.

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information