Column Arie Cupé: SOMS IS HET WÉL GOUD WAT ER BLINKT!

Column Arie Cupé: SOMS IS HET WÉL GOUD WAT ER BLINKT!

 In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma 'Van Oklahoma tot Anatevka' en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de présence gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.

Een gouden plaat. Als kind vond ik dat het meest bijzondere wat er was. Als artiesten een gouden plaat kregen uitgereikt. Je moest dan natuurlijk een bepaald aantal exemplaren van je plaat verkocht hebben.
Vroeger moest je voor een gouden single er 100.000 van verkocht hebben en voor een LP 50.000. Dat is allemaal een beetje veranderd, nu krijg je al goud als je een single of album 20.000 keer verkocht hebt.

Maar goed. Ik werd dus altijd helemaal warm als ik als kind een goudenplaatuitreiking op televisie zag. Dat waren natuurlijk altijd vinylplaten, want CD’s waren er nog niet. Vind ik trouwens ook veel minder romantisch zo’n klein CD-tje in een lijst.

Terug naar toen. Wat leek me dát prachtig, een gouden plaat. Dat wilde ik ook óóit! Nu heb ik om te beginnen maar op één LP van vinyl gezongen, die van ‘de Zoon Van Louis Davids’ uit 1983. Nog nét op tijd, daarna werd alles spoedig CD. Maar musicalplaten worden zelden goud, dus deze ook niet.
Het ging er eigenlijk niet om dat ik een gouden plaat zou hebben waarop ik zélf zong, het maakte me helemaal niet uit van wie of waarvan. Het is zo mooi! Een merkwaardige wens, dat weet ik ook wel. Heus, mensen!

Een jaar of tien geleden kon ik mezelf een cadeau doen: Ik kwam een échte gouden plaat tegen die te koop was: ‘Marco Bakker in Wenen’. Jawel! Een plaat uit 1982. Die was dus duidelijk met goud bekroond. Te koop in de Looier in Amsterdam. Ik neem aan van één van de andere medewerkenden aan de plaat en niet van Marco zelf, maar dat maakt niks uit! Nou, gekócht natuurlijk. Metéén! Dus ik heb er één, hoor. Jeugdwens vervuld, hup, afstrepen!

Uitrijking gouden platen

Door de jaren heen had ik wel al vaak gouden platen van zeer nabij gezien: Hetty Blok had er bijvoorbeeld twee van ‘Ja zuster, nee zuster’ op de WC hangen. Toen ik bij haar mijn eerste les had (spraak, voordracht, tekstanalyse, kaak- en tonggymnastiek) bleef ik bij het plassen ook wel erg lang weg. Toen ik haar uitlegde dat dat kwam omdat er inééns twee lijsten met een jeugdfascinatie me ineens zo onverwacht aanstáárden, moest ze erg lachen.
Bij Willeke Alberti zag ik later in mijn leven uiteraard nog veel méér gouden platen. En zóveel andere prijzen! Want Willeke heeft er een hoop!

Er zijn natuurlijk in dit vak naast de gouden jongens nog veel meer prijzen te winnen, Edisons, zilveren en gouden harpen, de Louis d’Or, de Theo d’Or, De Annie M.G. Schmidt-Prijs, een Gouden Kalf, De Gouden Televizier Ring, nou ja, er zijn een heleboel prijzen voor allerlei verschillende terreinen van dit vak. En dat vind ik wel leuk.

Op een feestelijke Edison-avond trad Wim Kan eens op en zong ‘Ik heb geen Edison gekregen, terwijl ik toch zo aardig zong, nu sta ik eenzaam in de regen, in plaats van in de warme Edizon’.
Het fenomeen ‘een prijs weigeren’ vind ik altijd een beetje naar. Verdenk de weigeraar er ook altijd van dat het alleen om de publiciteit te doen is. Maar goed, dat moet iedereen natuurlijk voor zichzelf weten. De plaat van ‘De Zoon Van Louis Davids’ was trouwens in 1984 wel genomineerd voor een Edison, afdeling ‘Theater’.
Daar zaten we in Utrecht in de zaal op de avond die gepresenteerd werd door Willem Ruis. Ik zat naast Tonnie Huurdeman, wat ik heel spannend vond. Het werd rechtstreeks op tv uitgezonden.
Er stonden allemaal monitoren om ons heen. Halverwege het programma gingen die ineens allemaal op zwart. Een storing? Welnee, een heuse bómmelding! We werden verzocht rustig te blijven zitten, het werd opgelost. Ik verbaas mezelf er nog altijd over dat Willem Ruis ons dus zo rustig kon houden, want als er één avondjapon door het gangpad was gaan rennen waren we er allemáál achteráán gegaan, daar ben ik van overtuigd! Maar nee, we bleven beschaafd zitten en na een minuut of tien ging de show weer gewoon door.
We wonnen de Edison niet. Youp van het Hek kreeg ‘m. Ook leuk.

Sinds 2000 bestaat de Musical Award. Aanvankelijk heette de prijs ‘De John Kraaijkamp Musical Award’. Sinds 2013 heet enkel de Award voor de beste mannelijke hoofdrol zo en die voor de beste vrouwelijke hoofdrol ging ‘De Conny Stuart Musical Award’ heten. Voor andere categorieën heet het nu gewoon ‘De Musical Award’. Maar goed. Ik heb in 24 musicals gespeeld dus de vraag is; hèb ik zo’n ding? Zeker. In 2007 was ik eerst genomineerd voor ‘Wat zien ik’ en toen kreeg ik ‘m niet, maar een jaar later won ik wel er wel een voor mijn aandeel in ‘De Fabeltjeskrant’.
In 2007 was ik druk in de weer omdat we in de Musical Award-Show een optreden hadden met een medley uit ‘De Fabeltjeskrant’, de musical die we dus het seizoen erop zouden gaan spelen. Ik hoorde dus in de coulissen dat ik de Award voor ‘Wat zien ik’ niet gewonnen had, jammer maar gauw weer met m’n kop bezig met dat optreden dat nog moest komen.

Prijswinnaars musical award

Het jaar eróp hoefde ik niets te doen. Ik zat met mijn Martin op de eerste rij te wachten. Dat was véél enger. Helemaal geen afleiding. Maar goed, ik won ‘m met enorm veel plezier. Ik had een liter Baileys meegenomen. Mensen die mij kennen weten dat dit het enige alcoholische drankje is dat ik op gezellige momenten nuttig. Het is vrijwel nooit op premières en andere feestjes aanwezig, dus ik neem het altijd zelf mee en ga dan op jacht naar een leeg glas en ijsklontjes. Dus nu zat de fles ook in een tasje. Ik dacht, mocht ik winnen dan zuip ik die fles op de nazit helemaal op. En als ik verlies ga ik dat trouwens ook doen! Maar ik won en het was nog lang onrustig in de stad!

Arie met Musical award

Eénmaal thuis ging Martin meteen naar bed, maar ik zat ik ’s nachts in m’n eentje nog even op de bank met m’n beeldje, zeer teut maar met een glimlach. Ineens dacht ik: Er zat toch ook nog geld aan vast? Hoeveel zou dat wezen? Als een bezopen Dagobert Duck ging ik op zoek naar het programmaboekje. Daar moet dat in staan! Ik las: ‘De John Kraaijkamp Musical Awards bestaat uit een bronzen beeld van beeldhouwer Pépé Gregoire’. Punt. Wat vreemd, maar ik ben toch niet áchterlijk. Ik had collega’s om me heen toch in de afgelopen jaren horen zeggen ‘ook lekker, dat centje’.
Ik zocht een programmaboekje op van het jaar ervóór. Die had ik bewaard omdat ik toen dus ook genomineerd was geweest. Wat bleek, ik las dezelfde zin met als toevoeging ‘….beeldhouwer Pépé Gregoire, alsmede een geldbedrag van 2.500,- Euro’. Dat hele geldbedrag was nu in 2008 gewoon afgeschaft. Dat had ík weer. Maar de glimlach kwam snel terug. wat maakt het uit! Ik had dat beeldje! Als je zolang in musicals bezig bent wil je ‘m toch in ieder geval één keer gewonnen hebben.

Dus hij staat thuis te pronken. En in de keuken hangt die Gouden Plaat van goede Marco Bakker. Ik ben een tevreden mens.

 

 

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information