Column Arie Cupé: WEET JE NOG WEL, OUDJE?

Toen ik in 1982 begon, was dat met een liedjesprogramma: “Van Oklahoma tot Anatevka’ met Lex Goudsmit als grote ster. Een jaar later kwam ‘De Zoon van Louis Davids. Daarin moest ik natuurlijk veel meer dan alleen zingen. Ook dansen en acteren. Dat was nieuw. Ik had dus wel drie jaar taples gehad van Ken Montnoir, maar ik had nog nooit iets op toneel gedáán met dans. Dat ging nu bij m’n eerste musical natuurlijk wel gebeuren. Wanda Grendel, echtgenote van de orkestleider Martin van Dijk, was onze choreografe. Dus daar stonden we in de ochtend al te zwoegen op al die pasjes. Ik vond het wel leuk. Maar toneelspelen was andere koek.

Pas in 1987 heb ik daarin les genomen bij Hetty Blok, daar heb ik jullie wel eens over verteld. Zij leerde me alles. Tekstanalyse, spraak én toneelspélen. Ze trok dan boeken en scripts uit de kast met allerlei toneelscènes en dat was dan díe les het materiaal waar we mee gingen werken. Maar goed, terug naar 1983. Toen wist ik nog hélémáál niets van toneelspelen. Met grote bewondering keek ik dan ook naar mijn grote collega’s Jenny Arean, Joost Prinsen, Gerrie van der Klei, Lex Goudsmit en Johan Ooms. Johan speelde Louis Davids. Johan Ooms speelde in 1979 bij Publiekstheater in de mooie voorstelling ‘Mensch, durf te leven’. Dat stuk ging over de moord in 1927 op cabaretier Jean-Louis Pisuisse en zijn vrouw Jenny Gilliams door haar ex Jakko Kuiper, die na de moord op het echtpaar zichzelf doodschoot. Een groot drama dat zich afspeelde op het Amsterdamse Rembrandtplein.

weet je nog wel 04



De voorstelling was prachtig en gaf een mooi beeld van de vooroorlogse amusementswereld in Nederland. Dus allerlei figuren uit het theater van die periode, tijdgenoten van Pisuisse, kwamen in dit stuk voor. Zo ook Louis Davids. Het was echt een glansrol van Johan Ooms. Hij had natuurlijk al een hele reeks mooie rollen op zijn naam staan.

Na de toneelschool maakte hij zijn debuut in 1968 bij toneelgroep Centrum in het stuk ‘de Vrede’. Hij werkte onafgebroken bij gezelschappen als Het Nieuw Rotterdams Toneel, Globe en Publiekstheater waar hij dus in ‘Mensch, durf te leven’ Davids vertolkte. Toen producent Bart de Groot voor seizoen 1983/1984 een musical wilde uitbrengen met de titel ‘De Zoon van Louis Davids’ lag het natuurlijk voor de hand om Johan te vragen of hij de man nog eens wilde spelen, dit keer in een musical. En toen leerde ik Johan dus persoonlijk kennen.

Ik had bij de repetities heel veel last van faalangst, met al die grote mensen om me heen, dus pas toen we de bus in gingen om met onze musical door het land te trekken ontspande bij mij de boel gelukkig en kreeg ik eindelijk wat contact met mijn collega’s. Johan was een hele geestige man. Beetje wat ik altijd een ‘nicht van voor de oorlog’ noem. Leuk valsjes. Hij was in 1944 geboren, dus au fond wás hij dat niet, maar hij had een klassieke manier van praten, lopen, zíjn, waardoor hij voor mij deze lieve kwalificatie toch kreeg. Wat heb ik met Johan geláchen! Ik vond het uiteraard natuurlijk heel interessant hoe hij in de repetitietijd zijn rol ‘opzette’. Johan kwam dus niet uit de amusementswereld maar echt uit de acteerhoek. Dat is bij het spelen van een rol bijna hetzelfde, maar niet helemaal. De benadering kan anders zijn, het zoeken naar de rol, dat soort dingen. Uiteindelijk kom je allemaal op hetzelfde uit en probeer je in één stijl te spelen, maar het is leuk om te zien hoe iedereen via een ander deurtje vertrekt om dan toch bij elkaar uit te komen.

In de musical speelde Jenny Arean Molly, de flirt van Davids. Ze vraagt hem steeds om aandacht en geld. Op een bepaald moment was er een scène waarin ik richting deur loop waardoor Johan en Lex Goudsmit opkwamen. Wij passeerden elkaar dus. Lex speelde de ouwe toneelmeester van Davids. Op het moment dat ik richting deur ga en zij oplopen zegt Davids tegen Ome Henk doelend op Molly: ‘Ik word gék van die meid!’. Niet meteen, maar na een voorstelling of dertig liet Johan altijd even zijn ogen op mij vallen als hij die zin uitsprak. Daar merkte het publiek niets van, zo geraffineerd speelde hij dat wel.

We hebben ‘de Zoon’ 160 keer gespeeld. Kun je nágaan! Dit soort stoute grapjes had Johan. En U wil het niet geloven, maar het bleef voor mij ál die voorstellingen een moment waardoor ik tóch altijd weer lachend de deur door afzoefde. We gingen met de musical ook naar Antwerpen. Lekker in een hotel, na de voorstelling fijn souperen en doorzakken om de volgende avond weer helder als glas de voorstelling te spelen. Maar daarná weer húp, richting het vertier. Ik heb toen met Johan meegemaakt dat hij in een horecabedrijf bij een ober mineraalwater bestelde. Hij vond waarschijnlijk dat er ook een keer een eind moest komen aan het nuttigen van alcoholische versnaperingen, maar hij wilde het feest nog niet verlaten. Dus mineraalwater. De goede man vroeg ‘mét gas?’, want wellicht wilde meneer wel een ‘plat’ water zonder bubbeltjes, nietwaar. Had de ober dat er maar bij gezegd, maar nee, hij vroeg alleen maar ‘mét gas?’, waarbij zijn Vlaamse uitspraak de ‘g’ een ‘k’ werd. Een verbijsterde Johan antwoordde: ‘Welnee, ik moet helemaal geen kaas! Ik wil mineraal water! Wie heeft het hier nou over kaas!?!’ Een misverstand dat mij verhinderde een kwartier te kunnen praten door het lachen. Dat hóófd van Johan was ook zó leuk bij dit tafereel.

Op 19 december 1983 was het precies 100 jaar geleden dat Louis Davids werd geboren. We speelden in zijn geboortestad Rotterdam en hadden die avond een Galavoorstelling vanwege dat feit. Overdag was Johan gevraagd het lied ‘De Kleine man’ te komen zingen in het Stadhuis op de Coolsingel. Omdat ik daar bij wilde zijn reisde ik die dag niet met de artiestenbus naar Rotterdam. Ik nam, met mijn Martin, de trein en we kwamen in dat Stadhuis terecht in een hele grote zaal met iets van 100 bruidsparen die toegesproken werden door Burgemeester Bram Peper. Waarom weet ik absoluut niet meer. Maar ik gaf Martin een arm en voor mijn ons gevoel trouwden we toen. De komende nacht zouden we doorbrengen in het Hilton tegenover het Luxor, dus dat kwam allemaal goed uit.

En daar kwam Johan. Zong prachtig zijn lied en moest erg lachen toen hij hoorde dat wij eigenlijk net getrouwd waren en dat hij dus gezongen had op onze onverwachte bruiloft.

weet je nog wel  03

Ooit, tijdens de tour, poseerde Johan in het Cultureel Centrum van Amstelveen. Hij kreeg toen twee tekeningen waarvan hij er een aan ons cadeau deed. Als ik thuis mijn verjaardag vierde met een groot feest ging hij altijd onder zijn eigen tekening zitten. Zo geestig. De laatste 12 jaar van zijn leven kon hij niet meer spelen vanwege een nare ziekte waardoor hij zijn stem niet meer goed kon gebruiken. Af en toe een televisierol, maar theater kon niet meer. Een groot drama. Zijn wil om zelf te beslissen wanneer en hoe hij zou doodgaan kon hij trouw blijven.

weet je nog wel 01
Op 14 mei 2020 overleed hij. Ik zal je nóóit vergeten, Johan. Je vriendschap, je vakmanschap en je humor. We zullen over je blijven praten en dan de titel aanhalen van het lied van Louis Davids: ‘Weet je nog wel oudje?’ Nou ik wéét het nog, hoor Johan. Kleine, grote man!

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information