Column Arie Cupé: ALS JE HUILT BEN JE EEN STAKKER

Huilen. Dat doe je natuurlijk al als baby. Meteen na je geboorte ramt de vroedvrouw op je billen om je te doen huilen. Of overdrijf ik nou? Nee hoor, ik geloof echt dat als je niet uit jezelf jankt, dat het moet worden opgewekt. Nou, rammen dus! Later hoeft dat niet meer. De laatste tien jaar is er echt iets veranderd in mijn huilgedrag. Ik huil steeds eerder. Bij een film bijvoorbeeld. Dat was vroeger ook wel, maar véél minder snel en véél korter.

Ik weet nog dat ik samen met mijn moeder naar de bioscoop ging om ‘The Sound of Music’ te gaan zien, met Julie Andrews in haar bejubelde rol. De film is uit 1965 maar ook later werd hij nog vaak in de bioscoop vertoond, meestal rond kerstmis. Toen wij gingen zal het halverwege de jaren zeventig geweest zijn. De bioscoop was Du Midi aan de Amsterdamse Apollolaan. We kenden al verschillende liedjes, maar het verhaal was ons nog totaal onbekend. We vonden het prachtig. Toen Maria eindelijk haar kapitein Von Trapp kréég en die ellendige barones van het toneel verdwenen was en zij eindelijk konden trouwen, pakten mijn moeder en ik alvast onze jassen van de stoel omdat we veronderstelden dat de film afgelopen zou zijn. Hij was al ruim twee uur aan de gang. Nou, u weet het. Er kwam nog een héél stuk achteraan! Ineens zien mijn moeder en ik een plein met allemaal hakenkruizen. We zagen een auto dat plein op rijden en dus we begrepen dat het verhaal nog verder ging. Mijn moeder zei: ‘Ooh, hij gaat nog door, Aar, ga maar weer zitten’. We kwamen ineens vanuit het zoete Oostenrijk terecht in beelden van nazi’s, heldhaftige nonnen en de vlucht van de familie Von Trapp.

Maar waarom heb ik het over ‘The Sound of Music’? Nou, dat was dus de eerste film waarbij ik huilde. Dat verlangen van die Maria naar die stugge kapitein en die schattige kinderen en die zingende nonnen met als climax dat huwelijk in die kerk! Nou ja, wég was ik. M’n moeder ook trouwens. Lekker huilen.

Gek genoeg had ik dat in mijn vroege jeugd niet. Ik heb niet gehuid bij de zielige ‘Bambi’. Ook niet bij ‘Belle en Sebastiaan’. En dat waren toch heus tranentrekkers, nietwaar. Maar nee. Maar bij ‘The Sound of Music’ dus wel. Uitvaarten zijn natuurlijk ook momenten waar je tranen kunt verwachten. Bij mij altijd. Ook als ik de overledene niet eens gekend heb. Maar je gaat wel eens mee omdat je één van de nabestaanden kent ofzo. Dat verdriet van de naasten grijpt me dan altijd aan. Ik neem me altijd voor om níet te janken, maar dat lukt nooit. Dat komt niet alleen door de bedroefde mensen in zo’n aula, maar vooral ook door die muziek. Liedjes die bij het leven van de nu dode persoon hoorden. Er is trouwens geen uitvaart nodig om bij mij tranen los te krijgen bij het luisteren van muziek. Zeker niet als zo’n lied hoort bij een speciale gebeurtenis of tijdsgewricht. Liedjes die met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben, bijvoorbeeld. Helemaal als ik ergens ben waar mensen dat met elkaar luidkeels gaan staan méézingen. ‘We’ll meet again’ is er zo eentje. En als ik bij een concert ben waar liedjes worden meegezongen, wordt mijn keel altijd dichtgeknepen en ontroert me dat zo.

Ik weet nog dat Rob de Nijs in 2018 in het Concertgebouw de herkenningsmelodie zong van ‘Kunt U mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer’. Tweeduizend volwassen mensen zongen het uit vólle borst méé. Allemaal denkend aan de tijd dat ze als kindertjes gespannen naar deze serie zaten te kijken. En dan kan ik niet meezingen. Ik playback dan. Eigenaardig maar waar, het ontroerde me heel erg. Hetzelfde gebeurt me als ik Willeke Alberti aan de gang zie met haar liedjes, waar iedereen zóveel herinneringen aan hebben. Er zit altijd een moment van je eigen leven aan haar liedjes gekleefd.

Als huilt ben je een stakker 02

Sinds 2008 mag ik de regie doen van al haar theatershows en als ik samen met Willeke de programma’s samenstel lig ik natuurlijk niet jankend over de tafel in haar sfeervolle huis in Laren. Nee, dat zijn altijd hele fijne bijeenkomsten. We maken een lijst van nummers die in aanmerking komen. Als we daar uit zijn krijgt elke titel een eigen kaartje en dan gaan we schuiven: Dáár moet het mee beginnen, dít is de finale, dát nummer moet ergens halverwege, dít lied moet tegen het einde toe klinken of juist heel erg in het begin, nou ja, zo bouwen we het huis dat ‘het nieuwe programma’ heet op. Ook als we gaan repeteren komen er nog geen tranen. Er wordt nog eens goed gekeken naar de volgorde van de nummers, de arrangementen, besprekingen over het licht en geluid.  Maar dán! Als het publiek erbij komt, verandert er iets. Dan wordt Willeke geconfronteerd met mensen in de zaal. Dan gaat ze toveren met haar liedjes. Er stroomt liefde van het publiek naar Willeke toe en terug de zaal in. Als dán de mensen haar liedjes méézingen, dan gebeurt het áltijd wel dat ik minstens één keer moet slikken. Eigenlijk wel mooi.

Wat mij ook met de jaren steeds meer ontroert zijn dingen met kinderen. Tijdens de musical ‘Aladin’, in 2002/2003, werden Ivo Chundro, Babette van Veen en ik wel eens gevraagd om na afloop van de voorstelling een ‘meet en greet’ te doen met zieke kindertjes. Die kleintjes waren ongeneeslijk ziek en konden een wens doen en dat was dan de mensen van ‘Alladin’ ontmoeten. Ik sloeg daar altijd bij dicht. Vooral om de blije gezichten van de ouders. Die stonden dan te stralen en te genieten van de vreugde van hun doodzieke kind. Mijn stem begaf het me dan meteen. Ik kon gewoon niet praten. Ivo en Babette kletsen altijd heel gezellig met de kinderen, dan konden ze heel goed. Geweldig. Ik stond er een beetje lullig bij en probeerde te lachen naar die koppies. Altijd vertrokken ze met een smile op hun gezichtjes en altijd vertrokken de ouders vol dankbaarheid. Moeilijke momenten waren dat.

© RTL4



Maar ook andere momenten met kinderen kunnen de traanbuizen doen springen. Met Sinterklaas bijvoorbeeld. Met verwachtingsvolle gezichtjes. Janken meteen. En, zoals ik al zei, het gebeurt steeds meer dat ik het bij films en bij televisieprogramma’s niet droog hou. Bij ontmoetingen van familieleden na járen, of geliefden die elkaar eindelijk weer terugzien bij ‘All you need is love’. Dan laat ik het maar gáán. Dat is lékker huilen.

Janken omdat het zo fijn is. Maar niet te lang, anders voel je je maar ellendig.
Immers: Als je huilt ben je een stakker! 

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information